07
juli
2015
|
07:15
Europe/Amsterdam

Interview Edward Suares

Van het verkopen van zelf geplukt fruit langs de kant van de weg tot Director Europa bij het Curaçao Tourist Board: Edward Suares is ondernemend en ziet overal mogelijkheden. Voor zijn nieuws- gierige geest was het 62 kilometer lange Curaçao te beperkt en op zijn zeventiende vertrok hij naar Nederland.

"Ik ben veel directer geworden"

Ben je op Curaçao opgegroeid?
“Ik ben op Curaçao geboren, maar omdat mijn vader als bankier werkte en voor zijn werk veel reisde heb ik de eerste acht jaar op Curaçao, Aruba, Venezuela en een tijdje in Canada gewoond. Daardoor ben ik het gewend om nieuwe mensen te leren kennen, maar ook om afscheid te nemen. Dat is denk ik ook typerend voor mijn karakter. Je bent benaderbaar, omdat je toch elk jaar of elke twee jaar naar een nieuwe plek gaat, met een nieuwe school en waar je nieuwe vriendjes moet maken. Je moet elke keer weer opnieuw beginnen. De een kan daar beter mee omgaan dan de ander, en bij mij heeft het bijgedragen aan wie ik vandaag de dag ben.”

Op je achtste zijn jullie terug naar Curaçao verhuisd?
“Ja, toen had mijn vader genoeg van het reizen en vestigden we ons definitief op Curaçao. Mijn moeder, die huisvrouw en moeder was, begon daar toen de kinderen groot genoeg waren
een eigen winkel. Het is te vergelijken met de Blokker, een winkel met cadeaus en decoraties. Mijn ouders zijn sindsdien altijd op Curaçao blijven wonen en mijn broer en zus wonen er nu ook. Ik heb een oudere broer die een eigen ICT- zaak heeft en mijn jongere zusje is net zoals mijn vader de offshore banking ingegaan.”

En jij bent weer vertrokken?
“Ik ben de middelste, moest altijd tegendraads zijn. Op mijn zeventiende ben ik naar Nederland verhuisd om te gaan studeren. Curaçao had wel een eigen universiteit, maar dan blijf je toch onder de vleugels van je ouders thuis wonen en ik wilde juist de wijde wereld in gaan. Ik had de keus om naar Amerika of naar Nederland te gaan. Voor Amerika moest ik nog twee jaar het vwo doen op Curaçao, maar ik wilde niet nog twee jaar thuis wonen, dus werd het Nederland. Mijn broer studeerde daar al, dus dat was makkelijk. Ik ging naar de Technische Hogeschool in Rijswijk.”

Ben je blij dat je de keus voor Nederland hebt gemaakt in plaats van Amerika?
“Ja, in Nederland leer je meer van het leven, om zelfstandig te zijn en hoe hard de maatschappij kan zijn. In Amerika kun je vanwege de afstand ook iedere vakantie terug, vanuit hier niet. Ik
heb hier geleerd om voor mezelf te zorgen. Op Curaçao wordt alles voor je gedaan. Ik hoefde er niets te doen, hooguit een keer het vuilnis buiten te zetten, en zelfs dat deed ik onder zwaar protest. Hier geldt het principe: als je het zelf niet doet, dan doet niemand het voor je. Ik denk dat dat een heel goede les is voor het leven.”

Waarom wilde je weg van Curaçao?
“Ik wilde weg omdat ik het huis uit wilde, maar misschien ook wel een beetje omdat ik weg wilde van Curaçao. In de jaren dat we veel verhuisden was Venezuela mijn favoriete plek en dat had er met name mee te maken dat het een heel groot land was, je kon je vrij bewegen. Ik ben heel nieuwsgierig, daarom ben ik ook in de toeristische branche gaan werken, ik wil nieuwe dingen ontdekken, nieuwe mensen ontmoeten. Ik was altijd op zoek naar meer. En dan is Curaçao wel heel beperkt, dan moet je na 62 kilometer heel hard remmen, anders val je in de zee.”

Was het lastig om je plek te vinden in Nederland?
“Het was een heel grote omschakeling, maar ik vond het niet moeilijk. In de jaren dat ik hier- heen kwam gingen mensen nog niet zo ver op vakantie. Men bleef dichter bij huis en daardoor wist men niet veel. Mensen dachten nog dat er een brug bestond tussen Curaçao en Suriname, men wist het verschil niet. Maar doordat men er niets van wist, kwam ik ook met veel weg. Als ik te laat op school kwam en het sneeuwde zei ik dat ik te laat was omdat ik voor het eerst sneeuw had gezien. Ze vonden me grappig en schattig.”

Je komt uit een ondernemersgezin, zit het ondernemen ook in je?
“Ja, dat begon al vroeg. Vanaf mijn zevende of achtste begon ik met fruit plukken uit de fruitbomen en dat verkocht ik dan in zakjes langs de kant van de weg. Daarna ging ik karweitjes doen op de plantages en kregen we uitbetaald in vruchten, fruit en groenten. Dan gingen we van deur tot deur om dat weer te verkopen. Die handelsgeest zat dus altijd al een beetje in me. Daarna heb ik nog gewerkt bij ACT, een bedrijf dat oliewagens en tanks schoonmaakte, en heb ik catering werkzaamheden gedaan. Ik zocht altijd klusjes om te doen, vond het leuker om te werken dan om te feesten. Met carnaval bijvoor- beeld ging de Pontjesbrug dicht en dan bracht ik de mensen voor een paar gulden met mijn bootje van de ene kant naar de andere kant. Toen ik zestien was begon ik met het organiseren van feesten, de grootste die ik heb georganiseerd was voor 1.500 man. In Nederland ben ik daar- mee doorgegaan, met name voor de Antilliaanse studenten die hier waren. Je bent ver van huis, woont verspreid over heel Nederland, die feesten waren een mooie gelegenheid om je jeugdvrien- den weer te zien. Ook voor de mensen die met feestdagen zoals kerst niet terug naar Curaçao gingen was het een mooie manier om toch onder elkaar te zijn.”

Wat heb je in Nederland gestudeerd?
”Een heel andere richting dan waar ik uiteindelijk in beland ben. Ik was een slimme, sluwe student en koos voor de makkelijke weg. Ik was altijd goed in alle –kundes, natuurkunde, wiskunde, scheikunde, computerkunde, maar ook in talen was ik best goed. Maar toen ik echt iets moest kiezen was een technische opleiding de enige optie. Ik ben technische bedrijfskunde gaan doen, maar kwam er al snel achter dat de tech- niek niets voor mij is.”

Heb je sinds je zeventiende altijd in Nederland gewoond?
“Nee, in 1992, op mijn 22e, moest ik in Nederland in dienst omdat ik niet meer stu- deerde. Dat wilde ik niet en daarom ben ik teruggegaan naar Curaçao, waar je toen meteen vrijstelling kon krijgen omdat ze daar meer mensen hebben die in dienst willen dan dat ze plekken hebben. Veel jongeren willen in dienst, omdat ze in die branche verzekerd zijn van een goed salaris. Ik wilde liever het bedrijfsleven in.”

Hoe ben je in het bedrijfsleven terecht gekomen?
“Een groothandel in levensmiddelen, een Amerikaans bedrijf, wilde een restaurantketen op Curaçao beginnen: Applebee’s. Ik heb een aantal cursussen gevolgd in Amerika, zoals restaurant- en hotelmanagement en voedselveiligheid en ben restaurantmanager geworden. Ik heb een aantal vestigingen geopend in Amerika, Puerto Rico en op Curaçao. Maar in de tussentijd trouwde ik, kreeg ik twee kinderen, een zoon en een doch- ter. Dan merk je dat de horeca, met de lange werkdagen, weekenden en feestdagen, eigenlijk niet goed te combineren is met een gezinsleven. Ik heb besloten de horeca gedag te zeggen en ben samen met mijn gezin in 1998 weer terug naar Nederland verhuisd.”

Wat ben je daar gaan doen?
“Ik moest me omscholen om uit de horeca te komen dus heb ik aan de Hogeschool Utrecht bedrijfseconomie gestudeerd. Ik heb voor een aantal grote bedrijven gewerkt, waaronder Shell, en kwam uiteindelijk terecht bij Landal Green Parks. Ik was daar verantwoordelijk voor het food & beverage gedeelte van vijftien parken
in Nederland en Duitsland. Later kreeg ik de mogelijkheid om in Antigua een aantal resorts op te zetten. Ik zou daar drie jaar blijven en omdat ik in mijn jeugd veel gereisd heb, kon ik daar goed tegen. Mijn gezin kon dat niet, dus die zijn na een paar maanden teruggegaan. Ik ging om de zes weken voor tien dagen naar Nederland en zij kwamen naar Antigua in de vakanties. Maar het was niet de ideale situatie, dus na mijn contract- periode wilde ik ook terug. Toen deed zich de mogelijkheid voor om voor het Curaçao Toeristen Bureau Europa aan de slag te gaan, en dat doe ik sinds 2008.”

Mis je Curaçao?
“Nee, want ik ben er heel vaak. Ik ga zo’n zeven keer per jaar terug, altijd voor werk, maar dat combineer ik met familiebezoek. En de
tijd van nu is niet meer de tijd van toen ik ging studeren. Tegenwoordig heb ik dankzij Skype en WhatsApp dagelijks contact met mijn broer en zus en twee keer per week met mijn ouders.
Toen ik in Nederland studeerde kreeg ik een telegram op mijn verjaardag of belde ik juist op die dag naar huis. Iedere dag bellen ging niet, want je betaalde toen 6,84 gulden per minuut. Ik herinner me nog dat ik mijn toenmalige vrouw (de relatie heeft het avontuur op Antigua niet overleefd) leerde kennen. Zij woonde op Curaçao en ik kwam in december weer terug. In een maand tijd had ik toen 1.200 gulden aan belkosten. Daarvoor heb ik nog op mijn donder van mijn vader gehad, die zei als je dat niet had gedaan, dan had je naar Curaçao kunnen komen met kerst.”

Welke eigenschappen zou je willen dat Nederlanders overnemen van Curaçaoënaars?
“Ze zouden meer balans moeten vinden tussen werk en sociaal. De maatschappij is zo hard en gaat zo snel, er is weinig tijd om aan jezelf te denken, en aan je gezin, relaties en vriend- schappen.”

En andersom?
“Het zakelijke. Afspraak is afspraak, op tijd komen, dat soort aspecten. Meer doelgericht zijn, ik denk dat de Nederlander dat heel erg
is en dat zou ik daar ook wel wat meer willen zien. Dat is ook de eigenschap die ik zelf heb overgenomen. Ik ben erg resultaatgericht, ben altijd aan het werk. Ik ben een workaholic, werk te veel, daar probeer ik ook meer balans in de te brengen. Ook ben ik veel directer geworden, kan soms bot overkomen, en dat wordt mij in Curaçao niet altijd in dank afgenomen. Ik draai niet meer om de hete brei heen en dat doen ze daar wel.”

Binnen het Curaçao Tourist Board ga je een andere functie vervullen?
“De bedoeling is dat ik voor alle markten actief ga zijn. Nu ben ik alleen verantwoordelijk voor Europa, dan ook voor de Noord- en Zuid- Amerikaanse en Caribische markt. We willen alle buitenlandse kantoren meer gaan stroomlijnen, meer met elkaar delen, zodat we van elkaar gaan leren. En we willen er nieuwe business gaan ontwikkelen, zoals nieuwe samenwerkingen met touroperators. Ik denk dat 80% van het werk in het veld gebeurt en 20% achter het bureau. Ik zal dus veel reizen, maar mijn uitvalsbasis blijft Nederland, ook omdat dat de grootste markt is.”

Krijg je het dan niet alleen maar drukker?
“Het gaat zeker drukker worden, maar je kunt het ook druk hebben en toch de balans houden. Een van de dingen die ik doe en waar mijn kracht ligt is goed delegeren. Mijn team in Europa werkt bijna geheel zelfstandig, waardoor ik tijd heb om veel nieuwe dingen te doen, maar ook tijd heb om de balans te houden. Zo komt het leven in Curaçao door het tijdverschil pas rond drie uur Nederlandse tijd echt op gang. Dan werk ik wel door tot negen of tien uur ’s avonds, maar heb ik ’s ochtends de tijd om bijvoorbeeld te gaan golfen. Of als ik op donderdag en vrijdag meetings heb in het buitenland, dan plak ik er een weekendje aan vast.”

Waarom is Curaçao zo populair onder de Nederlanders?
“Wat ik veel van mensen hoor is dat het vertrouwd is, maar toch het Caribisch gebied.
Ik denk dat mensen het fijn vinden om in een vertrouwde, herkenbare omgeving toch iets nieuws te ontdekken. Curaçao is in het leven
van veel Nederlanders verweven, doordat veel mensen hier gestationeerd zaten op de marine- basis of bij Shell en tegenwoordig lopen er veel Nederlanders stage. Zij willen Curaçao laten zien aan hun partner of gezin. Daarnaast wordt het Caribisch gebied als heel veilig ervaren en is het een zonzekere bestemming. De resorts krijgen veel toeristen, maar wat je de laatste jaren steeds meer ziet is dat Nederlanders een eigen huis hebben op Curaçao of dat ze vrienden hebben met een eigen huis.”

Hoe zie je de toekomst van Curaçao als toeristenbestemming?
“Heel positief. We hebben in vergelijking met de omliggende eilanden nog relatief weinig toeristen en dus nog veel ruimte om te groeien zonder onze eigen identiteit te verliezen. Sommige vakantiebestemmingen zijn zo gegroeid dat ze niet meer met hun eigen mensen service kunnen verlenen. Ze moeten veel mensen van buitenaf aantrekken waardoor ze hun eigen identiteit verliezen. Onze doelstelling is ook dat we de werkgelegenheid op Curaçao zo aantrekkelijk maken dat veel Antilianen die nu in Nederland wonen weer terugkeren naar het eiland, waar- door er weer een bevolkingsgroei kan ontstaan. Het eiland telt nu ongeveer 1.500 inwoners en om een succesvol eiland te kunnen draaien zou je idealiter 300.000 inwoners moeten hebben. Op zo’n klein eiland heb je namelijk wel een haven, luchthaven en een ziekenhuis nodig, dus de kosten van een eiland zijn hoog. Die kosten
willen we verdelen over meer belastingbetalende inwoners.”

Zou je zelf nog ooit terug willen naar Curaçao?
“Ja, als de gelegenheid zich voordoet zeker. Maar meer als ik richting mijn pensioen ga. Ik werk nu in een landschap waar ik internationaal bezig kan zijn. Dan speel je toch de Champions League en met minder wil ik momenteel nog geen genoegen nemen."

Dit interview werd gepubliceerd op www.travelpro.nl